- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- Samenvatting - Inleiding - J.H. Klein - Cellotechniek in opus 4 < Tijdgenoten > Aantekeningen - links - Bestellen -

Tijdgenoten

Estienne (1665-1722) en Jeanne Roger (1692-1722)

Estienne Roger, een vluchteling uit Frankrijk, verzorgde vanaf ca. 1696 in Amsterdam muziekuitgaven. Met 500 werken was zijn fonds het belangrijkste in Nederland. Componisten van wie hij werken uitgaf waren onder meer Corelli, Locatelli, Lully, Alessandro Scarlatti, Torelli en Vivaldi.
Zijn dochterJeanne Roger was als uitgeefster sinds 1717 actief, maar overleed al enige maanden na haar vader. De boedel werd overgenomen door haar zwager,

Michel-Charles Le Cène (?-1743)

In de catalogus van Le Cène wordt Klein genoemd als Jacques Klein le Jeune. Na het overlijden van Le Cène verkochten de erfgenamen de uitgeverij Roger-Le Cène aan G.J. de la Coste. Binnen enkele jaren ging deze uitgeverij, misschien door de toen heftige concurrentie, ten onder. Vandaar dat Klein op zoek ging naar een andere uitgever voor zijn Opus 4 (1746).

Gerhard Fredrik Witvogel (Varel ca. 1696 - Aken 1746)

Witvogel, afkomstig uit Duitsland, was organist aan de Lutherse Nieuwe Kerk in Amsterdam. Hij begon zijn uitgeverij in 1731; zijn catalogus omvatte bij zijn overlijden in 1746 maar liefst 93 verschillende uitgaven. Behalve grote namen als Händel, Hasse, Quantz en Scarlatti gaf hij ook werken uit van Nederlanders, waaronder De Fesch, Groneman, Klein en Nozeman. Ongeveer eenderde van zijn uitgaven is zonder toestemming van de desbetreffende componisten uitgebracht - een praktijk die destijds niet alleen door hem werd toegepast. De Sonates Opus 4 van J.H. Klein (Nr. 82) vallen overigens onder de authentieke (geautoriseerde) uitgaven.

Na het overlijden van Witvogel werd diens nalatenschap opgekocht door Johannes (Jean) Covens. Toen Covens ook het fonds van Roger-Le Cène in 1749 van De la Coste overnam, ontstond de grootste catalogus van zijn tijd in Nederland.

Pieter (Amsterdam 1703 - 1761) en Joachim (Amsterdam 1728 - 1792) Rendorp

De leden van de familie Rendorp, begin 17e eeuw komend uit Lüneburg (Duitsland, bij Hamburg), werden pas vanaf 1640 tot het bestuur van Amsterdam toegelaten omdat zij van Lutherse origine waren. Zij dreven met succes de bierbrouwerij De Haan aan de Gelderse Kade, op de Zuidhoek van de Rechtboomsloot en behoorden tot de aanzienlijksten van de stad.

Pieter Rendorp, Vrijheer van Marquette, had in 1742 een buitenplaats (het Huis Marquette, onder Heemskerk), 11 dienstboden, een koets met 4 paarden en een inkomen tussen 26 en 28.000 gulden. Pieter was in 1725 Commissaris, in 1732 Schepen en in 1746, 1750, 1751, 1754, 1755, 1757, 1758 en 1760 een van de Burgemeesters van Amsterdam. Hij ontwierp het Oude-Mannen- en Vrouwen-Gasthuis.
Zoon Joachim, advocaat in het Staatsrecht en diplomaat, onderscheidde zich door een goed bevattingsvermogen, een goed oordeel en kunstzin. In 1755 was hij Commissaris, in 1756 Schepen en in 1781, 1786, 1789, 1790 en 1792 een van de Burgemeesters van Amsterdam. De tegenwoordige Muiderpoort (1770) is van hem. Na 1890 werd hiervan het zware voorhek afgebroken.

Volgens de Opdracht van Klein aan Joachim Rendorp heeft Klein heel veel aan de familie Rendorp te danken. Wat precies is onduidelijk; er zijn ook geen documenten van de hand van de Rendorp-familie waarin Klein wordt genoemd en die het belang van Klein voor deze familie zouden kunnen omschrijven. In ieder geval heeft Klein de jonge Joachim aan het Clavier (klavecimbel) onderwezen. Zeer waarschijnlijk hebben zij samen als eersten de Sonates Opus 4 uitgevoerd.

Pietro Locatelli (Bergamo 1695 - Amsterdam 1764)

Johann Gottfried Walther Musicalisches Lexicon Oder Musicalische Bibliothek, Leipzig 1732, pg. 367

De Italiaanse violist en componist Pietro Locatelli was een leerling van Corelli in Rome, waar hij tien jaar van zijn leven doorbracht. In 1721 werden zijn 12 Concerti Grossi a 4 e a 5, con 12 fughe gepubliceerd in Amsterdam. In 1725 speelde hij enkele van zijn concerten in Venetië, waar ze zeer succesvol waren. Na verblijf in Berlijn en Kassel (Hessen) vestigde Locatelli zich in 1729 in Amsterdam (Prinsengracht 506), waar hij een school oprichtte voor strijkinstrumentalisten. Aan hen vertrouwde hij de eerste uitvoeringen toe van zijn werken.

Vanaf 1732 schreef Locatelli vele Sonates, caprices en dergelijke voor de viool, maar ook voor de traverso. Beïnvloed door de stijl van Corelli voor wat betreft de stijlvormen, ontwikkelden ze dankzij Locatelli aanzienlijk. Zijn viooltechniek maakte hem tot een voorloper van Paganini, en hij wordt erkend als een van de Italiaanse componist-violisten die een waar tijdperk voor de viool en muziek voor snaarinstrumenten hebben geschapen.

Klein is ongetwijfeld in nauw contact geweest met Locatelli. Zijn schrijfstijl en cellotechniek is sinds de komst van Locatelli naar Amsterdam in 1729 met zo'n grote sprong verbeterd, dat moet worden aangenomen dat hij in het orkest en op de school van Locatelli met deze grootheid heeft samengewerkt.

 

- Samenvatting - Inleiding - J.H. Klein - Cellotechniek in opus 4 < Tijdgenoten > Aantekeningen - links - Bestellen -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -