- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- Samenvatting - Inleiding - J.H. Klein < Cellotechniek in opus 4 > Tijdgenoten - Aantekeningen - links -

Bestellen -

Cellotechniek in Opus 4

De cellotechniek in Opus 4 is aanzienlijk gecompliceerder dan in Kleins eerdere werken. Klein geeft dan ook eerste hulp in de vorm van honderden vingerzettingenen snaaraanduidingen: Voor de Amateurs zijn boven enkele noten de nummers 1. 2. 3. 4. geplaatst om de eerste, tweede, derde en vierde Vinger aan te duiden, en voor de Duim een 0, om de beweging van de hand aan te geven, en onder de bovengenoemde nummers      en  e Snaar.
Het geven van vingerzettingen was, voortkomend uit de overgang van tabulatuurnotatie naar "moderne" notatie voor de viola da gamba, voor laatstgenoemd instrument niet ongebruikelijk. Dit systeem verschilt van het systeem dat Klein gebruikt. Er zijn gambawerken van Marin Marais, Caix d'Hervelois (1731 en 1748) en Antoine Forqueray (door zijn zoon gepubliceerd in 1747), waarin het aantal punten boven de vingerzetting de specifieke snaar aangeeft waarop de vinger geplaatst moet worden. In de hele vioolfamilie, dus niet alleen voor de cello, heb ik dergelijke uitgebreid in de praktijk toegepaste vingerzetting- en snaaraanduidingsystemen vóór Kleins Sonates Opus 4 (1746) niet kunnen ontdekken.

In de lagere posities wordt mede gebruik gemaakt van het vingerzettingsysteem zoals dat voor de viool gebruikelijk is. Dit betekent, dat behalve de moderne chromatische vingerzetting (elke vinger staat op een halve toonsafstand van de naastliggende) en de grote greep (een hele toonsafstand tussen de wijs- en de middelvinger) ook regelmatig grote grepen voorkomen tussen de middel- en de ringvinger en tussen de ringvinger en de pink. In zijn Méthode pour le Violoncellewordt Bernhard Romberg (1767 - 1841) nog met zo'n schuine, vioolanaloge handstand afgebeeld:

Bernhard Romberg in zijn Méthode pour le Violoncelle (Berlijn 1840).

In de praktijk blijkt dat het spelen met een gefixeerde handstand te inspannend is als meerdere grote grepen op elkaar volgen: de hand kan dan beter van de ene naar de andere vinger "rollen". Zelfs gebruik makend van een rollende beweging en met een flinke handdispositie (maximale strekking 20 cm tussen wijsvinger en pink) kon ik blessures aan mijn pink niet voorkomen. Liever dan chronische hand- en armblessures te veroorzaken (zie de waarschuwing) heb ik ervoor gekozen de vingerzettingen zo veel mogelijk in de geest van de gedrukte vingerzettingen te houden, maar wel waar mogelijk aan te passen aan de "moderne" handstand.

J.H. Klein Opus 4 pg. 2: Sonate 1 deel 1 (Allegro) maat 5v.

Hand ontziend alternatief in de tweede maat: 4 in plaats van 3 (twee keer).

J.H. Klein Opus 4 pg. 10: Sonate 2 deel 2 (Allegro) maat 6v. [Cellopartij in bassleutel, drie kruisen aan de sleutel.]

Hand ontziend alternatief: voorslagen ook spelen met 4.

Klein maakt in dubbelgreeppassages wèl gebruik van het moderne vingerzettingsysteem zoals dat veel later in het Essai sur le Doigté du Violoncelle(ca. 1806-1819) door Duport zou worden vastgelegd. Duport gebruikt de handstand tijdens het spelen van dubbelgrepen als enig model voor de basishandstand: de vingers moeten bij dubbelgrepen wel zo veel mogelijk rechtop staan om de kracht te kunnen leveren om meerdere snaren tegelijk te kunnen indrukken. Klein gebruikt naast deze handstand dus ook de vioolanaloge (schuine) handstand, die meerdere soorten grote grepen toelaat.
Duport is in zijn Essaioverigens de eerste die Klein wat betreft de aantallen vingerzettingen overtreft.

Opvallend is Kleins uitgebreide gebruik van de duimpositie, een moderne techniek die amateurs en in die tijd ook professionals nog niet (of pas sinds kort) machtig zijn. Gelukkig blijft Klein in zijn Sonates lang in eenzelfde duimpositie, maar aan de andere kant gebruikt hij in de duimpositie alle vier de snaren om zijn vaak tweestemmige melodieën en zijn virtuoze passages te laten horen, wat voor zuiverheid en klankvorming hoge eisen stelt aan de speler.

Een ander belangrijk feit is dat nu kan worden vastgesteld dat in de barok op fretloze strijkinstrumenten glissando of portamentogebruikt werd op plekken waar dit, door een andere vingerzetting te gebruiken, vermeden had kunnen worden. Dit punt is belangrijk genoeg om met enkele voorbeelden te illustreren.

Tot nu toe werd aangenomen, dat in barokmuziek tijdens een legatoboog over meerdere noten de linkerhand liever niet van positie wisselde. In Opus 4 komen zulke situaties voor:

J.H. Klein Opus 4 pg. 11: Sonate 2 deel 2 (Allegro) maat 26v.
J.H. Klein Opus 4 pg. 22: Sonate 4 deel 2 (Largo) maat 15vv.

Het tegendeel gebeurt echter op verschillende momenten, waar lyrisch gezien een portamento op zijn plaats is. Daar wordt tijdens een legatoboog van positie gewisseld:

J.H. Klein Opus 4 pg. 5: Sonate 1 deel 2 (Poco Adagio) maat 66vv.

Alternatief na de fermate, zonder portamento: 41 21 41; 20 14 43; 24 31 10.

J.H. Klein Opus 4 pg. 8: Sonate 2 deel 1 (Adagio Cant.) maat 5.

Alternatief zonder portamento: wisselen bij het begin van de legatoboog met resp. 4 4 3.

J.H. Klein Opus 4 pg. 16: Sonate 3 deel 2 (Andante) maat 1.

Alternatief zonder portamento: 143 143 232.

J.H. Klein Opus 4 pg. 25: Sonate 5 deel 1 (Poco Allegro) maat 8v en 9vv.

Alternatief zonder portamento: 124 431 124 22; 123 22 123 22; (...) ; (...) ; 14 30 (...); (...).

J.H. Klein Opus 4 pg. 34: Sonate 6 deel 2 (Adagio) maat 21. [Cellopartij in tenorsleutel, 3 mollen aan de sleutel]

Alternatief zonder portamento: 1414 1413 1313 (...).

Een combinatie van beide technieken vinden we in het volgende voorbeeld, waar in het krachtiger Forte-gedeelte voor de boog wordt gewisseld, en in het lyrischer Piano-gedeelte onder de boog:

J.H. Klein Opus 4 pg. 34: Sonate 6 deel 2 (Adagio) maat 10v.

Een ander fenomeen dat aandacht vraagt is het veelvuldig gebruik van Unisono in Kleins Sonates Opus 4. Het doel hiervan is soms puur om de stemvoering in meerstemmige passages duidelijk te maken, soms om (ook in duimpositie!) een mildere overgang te bereiken tussen de a- en de d-snaar van de cello en soms om een volumineus, ruig klankeffect te bereiken door een losse G-snaar met een gestopte C-snaar te combineren. Enkele voorbeelden ter illustratie:

J.H. Klein Opus 4 pg. 8: Sonate 2 deel 1 (Adagio Cant.) maat 1.

Stemvoering en klankkleur.

J.H. Klein Opus 4 pg. 9: Sonate 2 deel 1 (Adagio Cant.) maat 23v.

Stemvoering en klankkleur (duimpositie).

J.H. Klein Opus 4 pg. 27: Sonate 5 deel 1 (Poco Allegro) maat 123v. [Cello start in tenorsleutel, geen voortekens.]

Klankkleur: overgang a- naar d-snaar.

J.H. Klein Opus 4 pg. 33: Sonate 6 deel 1 (Allegro-Vivace-Allegro) maat 93vv.

Klankkleur grommende bas (let ook op het secunde-accoord).

Voor de echte freaks heb ik nog een presentje in de vorm van een database. Hierin staan enorm veel gegevens die ik in een dwaze bui, geobsedeerd ploeterend door deze partituur, heb verzameld. Alle verschillende soorten en aantallen rekkingen, strekkingen, rare streekjes en dergelijke staan hierin vermeld. Op dit moment zie ik geen kans om deze gegevens nogmaals op correctheid te toetsen of te ordenen: deadlines die naderen, toekomst die wenkt...

Waarschuwing!

Ondanks de enorme schat aan informatie die de hier gedrukte vingerzettingen verschaffen, moet ik ernstig waarschuwen voor het daadwerkelijk gebruik ervan. Door de ongebruikelijk grote spreiding van de vingers wordt de linkerhand aanzienlijk meer belast dan normaal. Daardoor kunnen zich ernstige complicaties(tijdelijke dan wel chronische blessures, die het cellospel ernstig en mogelijk definitief kunnen schaden) voordoen bij het gedurende langere tijd toepassen van dit vingerzettingsysteem. Als gekwalificeerd cellopedagoog en als professioneel cellist moet ik een voortdurend, orthodox gebruik van dit systeem zonder meer afraden.

Vaak kunnen de vingerzettingen zodanig worden aangepast dat grote grepen tussen andere vingers dan wijs- en middelvinger voorkomen kunnen worden. Als de speler van nature een grote spreiding van de hand heeft, kan deze proberen elementen van deze techniek sporadisch te gebruiken in de concertpraktijk.

Wijs collega's nooit op deze techniek zonder voor de gevaren ervan te waarschuwen!

Ik aanvaard geen enkele aansprakelijkheid voor direct of indirect opgelopen blessures ten gevolge van het spelen van deze sonates.

 

- Samenvatting - Inleiding - J.H. Klein < Cellotechniek in opus 4 > Tijdgenoten - Aantekeningen - links -

Bestellen -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -