- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- Samenvatting - Inleiding < J.H. Klein > Cellotechniek in opus 4 - Tijdgenoten - Aantekeningen - links - Bestellen -

Jacob Herman Klein

Leven

Op 14 oktober 1688 werd Jacobus Hermannus Klein in Amsterdam geboren. Twee dagen daarna werd hij gedoopt in de Rooms-Katholieke kerk De Ster aan de Spinhuissteeg. Zijn vader was Jacobus Klein, zijn moeder Joanna van Shelent. Zijn beide ouders heb ik niet in de registers van het Gemeentearchief Amsterdam kunnen traceren: zij kwamen blijkbaar van buiten de stad.

Op tweeëntwintigjarige leeftijd trouwde hij als Jacob Klein de Jonge met Susanna Spiringh (Suzanna Spieringh). Ook zij werd in Amsterdam geboren, op 5 mei 1688, als dochter van Willem Spiringh en Isabella de Hondekoeter. Jacob woonde toen zij op 7 maart 1710 in ondertrouw gingen aan de prinse gragt (nu Prinsengracht), Suzanna aan de warmoestraat (nu Warmoesstraat).

Acte van ondertrouw, 7 maart 1710.

Ruim een jaar na hun trouwen, op 10 juni 1711, kregen zij een dochter, Geertruij. Zij stierf al vóór haar ouders, dertig jaar oud, op 7 maart 1742. Misschien hebben Jacob en Suzanna nog andere kinderen gekregen, die bij de geboorte zijn overleden, maar dat is niet met zekerheid vast te stellen. Als kinderen in de achttiende eeuw vroeg kwamen te overlijden administreerden de kerken in Amsterdam hen uitsluitend onder de naam van de vader (bijvoorbeeld kind van Jacob Kleyn), dus zonder de naam van de vrouw die het kind gebaard had. Het geval wil, dat er tijdens Kleyns huwelijk nog zeker zeven andere mannen met de naam Jacob Kleyn in Amsterdam leefden die ook kinderen hadden. Van al deze vaders samen overleden vijf kinderen van Jacob Kleyn bij de geboorte.

Op 8 maart 1748 werd Jacob Herman Kleijn in de Oude Kerk begraven, zijn vrouw op 16 oktober 1750.

Over Kleins leven is niet meer bekend dan bovenstaande gegevens uit het Gemeentearchief Amsterdam - zelfs zijn beroep is niet bekend. De enige andere bron is datgene wat hij in druk heeft nagelaten.

 

Werk

Johann Gottfried Walther Musicalisches Lexicon Oder Musicalische Bibliothek, Leipzig 1732, pg. 342

Tijdens zijn leven publiceerde Jacob Kleyn le Jeune verschillende werken. Drie opusnummers werden uitgegeven door Jeanne Roger in Amsterdam. Het Opus 1 bestaat uit drie boeken. De eerste twee boeken zijn niet teruggevonden, maar bevatten volgens Walthers Musikalisches Lexicon (1732) 12 Sonates voor hobo en basso continuo. Van het derde boek met zes Sonates voor basse de violon en continuo (Roger No. 425, gedateerd tussen 1716-1721 ) bevindt zich een exemplaar in de Bibliothèque Nationale de Paris. De Sonates zijn genummerd XIII tot en met XVIII. Ze zijn dus doorgenummerd na de eerste twee boeken met hobosonates.


Titelblad van Opus 1/3 (ca. 1716-21) van J.H. Klein

Deze Sonates vallen op doordat de basse de violon-partij getransponeerd is genoteerd: de stemming is b-e-A-D. Voor basse de violon is de normale stemming g-c-F-Bes,: maar liefst twee hele tonen lager. Het lijkt erop dat gezien het enorme verschil in de snaarspanning tussen de normale en de gevraagde stemming van de basse de violon eerder een violoncello zal zijn bedoeld, aangezien deze normaal slechts één toon lager is gestemd dan de gewenste stemming. In de Franse barok echter was de basse de violon een meer gebruikelijk instrument, waardoor verkoopredenen van Jeanne Roger (gericht op de Franse markt) ertoe geleid zouden kunnen hebben om de benaming van het instrument aan te passen.

Pagina 51 uit het Opus 1/3 (ca. 1716-21) van J.H. Klein

Cellotechnisch geeft deze uitgave een goed beeld van de stand van zaken op dat moment. Boven de toenmalige vijfde positie (bes' met de vierde vinger) komen de stukken niet. Regelmatig wordt gejongleerd met octaafsprongen en diverse vormen van gebroken accoorden. Qua muzikale ideeën munten deze Sonates Opus 1 boek 3 niet uit in originaliteit: motieven worden rustig vier keer in sequensvorm herhaald zonder dat er veranderingen in optreden. Al met al lijkt het eerder een degelijk en virtuoos etudeboek dan een boek met volwassen Sonates. Klein blijkt hier als cellist volwassen, maar als componist nog niet uitgekristalliseerd.

Kleins Opus 1 boek 1 t/m 3 worden in de catalogi van Leclerc (aan de Rue du Roule à la Croix d'Or en de Rue Saint-Honoré te Parijs) vanaf 1740 tot eind 1767 opgenomen. Het betreft hier een heruitgave door Charles-Nicolas Leclerc van de oorspronkelijke edities van Jeanne Roger in Amsterdam.

Opus 2 bevat zes Duetti (Suites) voor twee celli. Een incompleet exemplaar - de tweede cellopartij is niet volledig - bevindt zich in het Haags Gemeentemuseum, een compleet exemplaar is in Wiesentheid (Duitsland) te vinden. Hiervan is een moderne druk beschikbaar (ed. G. Darmstadt). Ook is een opname op CD verschenen bij Cavalli.

De inhoud van Opus 3 is mij nog onbekend, maar werd waarschijnlijk ook door Roger uitgegeven. Dit werk is tot op heden niet teruggevonden.

Etiket op de kaft van Opus 4 van J.H. Klein

Opus 4, zes Sonates voor Violoncello Solo en Basso Continuo, werd in 1746 uitgegeven bij Gerhard Fredrik Witvogel en opgedragen aan Joachim Rendorp. Het grote verschil in muzikale kwaliteit en de grote sprong in de cellotechniek in vergelijking met de voorgaande opusnummers, die hieronder beschreven wordt, kan alleen verklaard worden door de komst van Pietro Locatelli naar Amsterdam in 1729. De virtuositeit en muzikaliteit van deze violist was zo groot dat zijn invloed op Jacob Klein, die zeven jaar ouder was dan Locatelli, zich direct in Kleins eigen speel- en componeerstijl heeft geuit.

Titelblad van Opus 4 (1746) van J.H. Klein

De partituur van de Cellosonates Opus 4 is over het algemeen erg secuur in koper gestoken. Bij uitzondering zijn kleine fouten aan te wijzen, bijvoorbeeld wanneer een motief Keil-boogje een keer wordt geschreven met Keil, maar zonder boog (zie hieronder).

J.H. Klein Opus 4 pg. 35: Sonate 6 deel 3 (Allegro) maat 1.

Vingerzettingen boven de verkeerde noot, of foute noten zijn onder andere te traceren door de noot, de vingerzetting en de onderliggende harmonie met elkaar te vergelijken. Van deze fouten zijn er maar weinig; ze worden aangegeven bij de aantekeningen. Opvallend is dat elke dynamische aanwijzing ("Forte." ; "Piano." ; "P.P.") heel consequent voluit wordt geschreven met een punt erachter. De druk is bijzonder goed verzorgd en heel goed leesbaar.

 

- Samenvatting - Inleiding < J.H. Klein > Cellotechniek in opus 4 - Tijdgenoten - Aantekeningen - links - Bestellen -

Zijn naam is Klein, Jacob Klein...

- home - cv - solo - ensembles - lespraktijk - artikelen - edition /\ agenda - programma's - demo's - foto's - links -